Zijn zelfstandigen verplicht om elektronisch te communiceren met de administratie in overeenstemming met Wet 39/2015?

La Wet 39/2015 van 1 oktober betreffende de gemeenschappelijke administratieve procedure van overheidsdiensten (LPACAP) heeft als nieuwigheid de verplichting voor bepaalde onderdanen ingevoerd om zich elektronisch met de overheidsdiensten te verhouden bij het uitvoeren van een procedure van een administratieve procedure. Tot de onderworpenen behoren rechtspersonen (art. 14.2.a).

Daarentegen blijven natuurlijke personen buiten deze verplichting, die op elk moment kunnen kiezen van welk communicatiemiddel (elektronisch of niet) ze willen gebruiken in hun relaties met de administraties (art. 14.1). Deze uitsluiting zou in overeenstemming zijn met de verschillen die kunnen bestaan ​​in de toegang tot elektronische media in de samenleving als geheel (digitale kloof).

Ondanks alles is de wet zich ervan bewust dat er binnen de reikwijdte van natuurlijke personen bepaalde groepen zijn die bekwaam kunnen zijn in het gebruik van elektronische media. Daarom heeft het bepaald dat de keuzemogelijkheid een verplichting kan worden door middel van regelgeving, wanneer zij (1) toegang hebben en (2) middelen beschikbaar hebben om dat doel te bereiken.

Dit stelt de LCAPAP in het algemeen vast (art. 14.3) en ook specifiek op het gebied van documentpresentatie (art. 16.5) en elektronische meldingen (art. 41). Deze bepaling is dezelfde die tot de intrekking heeft geleid Wet 11/2007 van 22 juni, elektronische toegang van burgers tot openbare diensten (Artikel 27.6).

Op dit punt vragen we ons af of de groep zelfstandigen op basis van Wet 39/2015 al dan niet verplicht is om elektronische media te gebruiken, zoals het nu al is, met nuances, op het gebied van belastingen of sociale zekerheid.

In dit verband moet allereerst worden opgemerkt dat, in overeenstemming met art. 1.1 van de Wet 20/2007 van 11 juli betreffende het statuut van zelfstandigen, worden zelfstandigen over het algemeen gedefinieerd als natuurlijke personen. Met betrekking tot het gebruik van elektronische media zijn noch het Statuut, noch de Koninklijk besluit 197/2009 die het ontwikkelt, stelt daartoe prognoses op.

Anderzijds moet er ook rekening mee worden gehouden dat zelfstandigen een groep vormen sui generis. Dit feit heeft er bijvoorbeeld toe geleid dat het op het gebied van de sociale zekerheid en door middel van reglementaire normen (1) alleen verplicht is om kennisgevingen en mededelingen langs elektronische weg te ontvangen aan bepaalde zelfstandigen, afgezien van zelfstandigen die niet de status van ondernemer hebben en die in de landbouw- en zeesector. Dat wil zeggen, wat het gebruik van elektronische media betreft, lijkt het erop dat niet de hele groep als een homogeen geheel kan worden behandeld.

Op fiscaal gebied verplichtte de goedgekeurde regelgeving de hele groep zelfstandigen echter wel om bepaalde aangiften en aangiften langs elektronische weg in te dienen (2) en onder bepaalde omstandigheden notificaties en elektronische communicatie te ontvangen (3). Met andere woorden, in belastingzaken bepaalt de verplichting tot het gebruik van elektronische middelen niet - voor zelfstandigen - het type onderwerp, maar het type aangifte en/of afrekening dat moet worden ingediend of de samenloopende omstandigheden .

Ten slotte moeten we in gedachten houden dat er, in overeenstemming met Wet 39/2015, een regelgevende regel nodig is die de bepalingen van zijn art ontwikkelt. 14.3 het uitbreiden van de onderwerpen die verplicht zijn zich elektronisch te verhouden binnen de reikwijdte van natuurlijke personen.

Concluderend, gezien het feit dat zelfstandigen over het algemeen worden gedefinieerd als natuurlijke personen en dat we te maken hebben met een heterogene groep, begrijpen we dat voor de toepassing van Wet 39/2015 en zolang er geen ontwikkeling in de regelgeving is, deze groep zou hebben te beschouwen als natuurlijke personen, terwijl ze kunnen kiezen voor het gebruik van elektronische media in hun betrekkingen met de overheidsdiensten, onverminderd de bepalingen die daartoe door de specifieke sectorale regelgeving zijn bepaald.

 

(1) Beschikking ESS/485/2013 van 26 maart, waardoor kennisgevingen en mededelingen langs elektronische weg worden geregeld op het gebied van de sociale zekerheid, gedicteerd in de ontwikkeling van art. 27.6 van wet 11/2007 van 22 juni, elektronische toegang van burgers tot openbare diensten.

Vid. kunst. 3 van Order ESS/485/2013, met betrekking tot art. 2 van Besluit ESS/484/2013 van 26 maart, dat het systeem voor elektronische gegevensoverdracht (RED) regelt op het gebied van de sociale zekerheid.

(2) Live-kunsten. 3 en 13 van Beschikking HAP/2194/2013 van 22 november, dat de algemene procedures en voorwaarden regelt voor het indienen van bepaalde afrekeningen en aangiften (versie gewijzigd door Besluit HAP/2762/2015 van 15 december).

(3) Zie art. 4.2 van Koninklijk besluit 1363/2010 van 29 oktober, die de gevallen regelt van verplichte administratieve meldingen en mededelingen langs elektronische weg in het kader van de Rijksbelastingdienst

Gepubliceerd in